ZIJN VLEERMUIZEN GEVAARLIJK?

Veel mensen associëren vleermuizen met hondsdolheid. Maar vleermuizen zijn erg schuw en vallen mensen niet aan. Van de 21 vleermuissoorten in Nederland zijn er maar 2 soorten waar het virus bij sommige dieren is vastgesteld. Mocht in een hoogst uitzonderlijk geval een vleermuis jou of je huisdier bijten, dan is het wel aan te raden om snel een arts of de GGD te raadplegen (liefst binnen 24 uur). De gemiddelde mens zal de ene soort niet van de ander kunnen onderscheiden, neem dus geen risico. Wat volgt is een serie van 5 vaccinaties in een periode van 2 maanden die voorkomen dat je ziek wordt.

De hoge echogeluiden die vleermuizen maken en waarmee ze navigeren, maken ze met hun bek opengesperd. Dit lijkt bedreigend, maar is het dus niet. Voor de gezonde vleermuizen rondom je huis hoef je dan ook niet bang te zijn. Het zijn zieke of gewonde vleermuizen die een risico vormen.
WAT ALS IK EEN VLEERMUIS IN HUIS HEB?

Als een verdwaalde vleermuis in je huis rondvliegt, is een deur en raam openzetten vaak al genoeg. Het dier vindt dan vanzelf zijn weg naar buiten. Een kolonie in je dak of in de schuur klinkt al vervelender, maar ook hier hoef je nauwelijks last van te hebben. Vleermuizen vreten niks aan, maken geen nesten, zijn geen ziekteverspreiders en blijven altijd maar kort. Eigenlijk hangen ze alleen maar wat rond. Vormen de vleermuizen toch een probleem of vind je een gewond dier, dan kun je contact opnemen met de gemeente, een lokale deskundige of de dierenambulance. Kijk op de website van de Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN) voor een overzicht van (vrijwillige) contactpersonen in Gelderland (www.vleermuis.net). Als de dierenambulance gewonde of verwarde vleermuizen ophaalt neemt zij ook altijd contact op met de plaatselijke vleermuizenopvang. Probeer een vleermuis niet met blote handen aan te raken. In het nauw zal hij zich verdedigen en loop je risico gebeten te worden.
HOE HELP IK VLEERMUIZEN?

Vleermuizen zijn al sinds 1973 een beschermde diersoort in Nederland. Van de 21 soorten die in Nederland zijn waargenomen zijn er 7 erg zeldzaam, mede door het verdwijnen van de natuurlijke slaap- en kraamplekjes van vleermuizen in boomholtes. Om het vleermuizen gemakkelijker te maken kun je een aantal dingen doen. Alle vleermuissoorten in Nederland zijn insecteneters, dus door je tuin aantrekkelijk te maken voor insecten, trek je vanzelf ook vleermuizen aan. De VLEN adviseert daarom inheemse struiken en planten als kamperfoelie en marjolein in je tuin te laten groeien. Een natuurlijk ingerichte vijver doet het ook goed. Monteer een plank met inkruipspleet onder een overstekende dakrand om vleermuizen een slaapplek te bieden. En voor wie met hout uit de voeten kan staat er op de website van de VLEN een ontwerptekening voor een vleermuiskast.

 

 

In de wijk Hoogstede zijn 6 soorten vleermuizen aangetroffen (1996, Hans Huitema: Vleermuizen in Hoogstede; wijken voor een woonwijk?)

  • Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
  • Ruige dwergvleermuis
  • Watervleermuis (Myotis daubentonii)
  • Laatvlieger (Eptesicus serotinus)
  • Meervleermuis (Myotis dasycneme)
  • Baardvleermuis (vermoedelijk)

Alle soorten zijn ingevolge de natuurbeschermingswet beschermd. De Meervleermuis en de Baardvleermuis staan bovendien als gevoelig op de "Rode lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland".
Ten noorden van het plangebied op het KEMA terrein, zijn paarplaatsen van de Rosse vleermuis gevonden. In het de wijk zijn geen verblijfplaatsen gevonden. Op het terrein van de KEMA is een verblijfplaats gevonden van de Gewone dwergvleermuis en er bevindt zich vermoedelijk een grote kolonie watervleermuizen.

Alle in het plangebied waargenomen soorten maken gebruik van de holle weg. De ruige vegetatie maakt de holle weg en omgeving tot een geschikt jachtgebied voor beide dwergvleermuizen, de Laatvlieger en (mogelijk) de Baardvleermuis. De beide dwergvleermuizen, Watervleermuis, Laatvlieger en (vermoedelijk) de Meervleermuis maken gebruik van de holle weg als vliegroute tussen jachtplaatsen en verblijfplaatsen. Voor de Watervleermuis is de holle weg de belangrijkste verbinding tussen noordelijk gelegen verblijfplaatsen en de jachtgebieden in Meinerswijk. Zo'n 70 watervleermuizen maken gebruik van de holle weg als vliegroute.

Van Zoelen laboratorium   Verblijfplaats   Fourageergebied (land)
  Paarplaats   Fourageergebied (water)
  Vliegroutes    

De holle weg en het binnenterrein met moestuin en geiteweitje vormen een belangrijk jachtgebied voor Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger.

Even in het kort iets over vleermuizen:

Alle Nederlandse vleermuissoorten zijn insecteneters. Een vleermuis moet om te overleven per nacht een kwart tot een derde van zijn lichaamsgewicht aan insecten eten eten. Voor een vleermuis betekent dat per nacht wel 300 muggen, motjes en kevertjes.

In de avondschemering verlaten vleermuizen hun verblijfplaats om te gaan jagen. Meestal jagen ze maar een paar uur en keren dan in de loop van de nacht weer naar de verblijfplaats terug. Alleen op warme avonden en als ze jongen hebben gaan ze in één nacht meerdere keren op jacht.
Om in het donker op insecten te kunnen jagen hebben vleermuizen aan alleen hun ogen niet genoeg. Daarom kijken ze ook met hun oren: echolocatie.

Na de winterslaap kunnen op warme dagen in februari - maart ´s avonds al de eerste jagende vleermuizen gezien worden, meestal in de buurt van hun winterverblijven.

Begin juni hebben de vrouwtjes zich verzameld in kraamkolonies. In Nederland kan zo´n kraamkolonies dan uit 15 tot soms ruim 400 dieren bestaan. Mannetjes verblijven in de zomer alleen of in kleine groepjes op andere plaatsen.
In juni worden de jongen geboren. De jongen worden zo´n vier weken lang overdag en ´s nachts gezoogd. De moeders keren ´s nachts, tijdens het jagen, regelmatig terug naar de kraamkolonie om hun jongen te zogen.

In augustus breekt voor veel vleermuizen de paartijd aan. Bij een aantal soorten (bijvoorbeeld de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis) vertonen de mannetjes dan baltsgedrag.

In het najaar bereiden vleermuizen in onze streken zich ook voor op de winterslaap. Ze jagen dan volop om hun vetreserves aan te vullen en zijn vaak al in of in de buurt van hun winterverblijven te vinden. De meeste soorten zoeken al aan het einde van de herfst hun winterslaapplaats op.

In de wintermaanden zijn er voor vleermuizen te weinig vliegende insekten om te kunnen overleven. Daarom gaan ze in het late najaar op zoek naar een plek om hun winterslaap te houden.
Vleermuizen verhuizen gedurende de winter vaak naar een andere plek in het winterverblijf of naar een ander winterverblijf. Op een warme winterdag, gaan sommige soorten zelfs (ook overdag !) even jagen.


Veel meer over de Vleermuizen is te lezen op:
http://www.vleermuis.net/
http://home.hccnet.nl/c.s.bakker/

Zie ook Bezwaar vleermuizen ontheffing flora- en faunawet (Word document)