Oolgaardthuis

Van Spijker tot Oolgaardt

Het landhuis Oolgaardt ligt aan de Rijn naast Huize St. Eusebius. Het was tot 1983 een van de oudste vormingscentra van ons land. Het plekje aan de Rijn was al bekend voor 1647 onder de naam 'Het Spijker', daarna onder 'Tullekenstein' (naar Walburch Tulleken, de vrouw van een hopman).

In 1797 werd 'Het Spijker', bestaande uit huis, koetshuis, stallen en bijgebouwen publiek verkocht aan Johan Willem Evers. In de 19e eeuw werd het 'de Buitenplaats' genoemd en later verbouwd tot 'Rustplaats', een landhuis dat in 1832 door Adriaan Kremer en in 1851 werd bewoond door de heer G. van Santbergen. Tussen 1870 en 1885 woonden er militairen, waaronder een majoor der Artillerie. Piet Verminnen van Musis Sacrum exploiteerde er een 'hotel garni', zo tussen 1885 en 1889. De heer Van Asch nam het pand over en maakte er 'Hotel Steygerwalt' van. Dat goed beklante hotel-restaurant floreerde tot ongeveer 1910. Daarna ging 'de loop eruit'.

Mejuffrouw Anna Catharina Adriana Elisabeth Oolggaardt kocht het gebouw en erf in 1913 voor / 13.000,—. Zij stamde uit een bekende Amsterdamse redersfamilie. Mejuffrouw Oolgaardt stelde tussen 1914 en 1918 het huis als hospitaal beschikbaar voorde Afdeling Arnhem van het Nederlandse Rode Kruis. Haar oorspronkelijke plan: een opvoedingsgesticht voor pupillen stichten, kon zij pas op het einde van 1918 realiseren.

Ter nagedachtenis aan haar vader, de heer Cornelis Schelten Oolgaardt, die op 1 juli 1912 in Arnhem was overleden, riep zij de C.S. Oolgaardtstichting in het leven. Het doel was om 'Nederlandsche kinderen van goede gezondheid en met bijzondere aanleg, die de ouderlijke verzorging geheel of ten dele misten, een tehuis in de hoogsten zin van het woord te verschaffen'. De opvoeding zou op vrij zinnige en humanitaire basis plaatsvinden. De heer en mevrouw Bos-Meilink traden in September 1918 in dienst. Zij gingen als directie-echtpaar de eerste pupillen opvoeden.

Na een eerste poging in 1920 ging pas op 9 januari 1923 de Oolgaardtstichting - na verbouwing van het huis - definitief opnieuw van start. De Vrijzinnig Christelijke Studentenbond, samen met de Vrijzinnig Christelijke Jeugdbond, zorgden voor de activiteiten.
Bij de eerste lustrumviering in 1928 bleek dat het Oolgaardthuis zich een vaste plaats in vrijzinnige kringen veroverd had. Mejuffrouw Oolgaardt overleed in augustus 1932. In de 'malaiseperiode' (crisisjaren) werd steun gegeven aan een soort ontwikkelingswerk in Nederlands-Indie. In het voorjaar van 1935 organiseerde men een bijzonder geslaagde cursus voor werkloze intellectuelen, onder leiding van professor Van Maurik Broekman.

In 1937 en 1938 kwamen een opleiding voor dienstboden en een jeugdleidercursus van de grond. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog belette de verdere uitbreiding van cursusplannen.
Op 6 September 1941 vorderde de Duitse Wehrmacht het huis met inventaris ten behoeve van 'grijze muizen": vrouwelijk administratief personeel. In 1944 verbleven er allerlei ongeregelde troepenonderdelen, waarvan de laatsten vluchtten op zondag 17 September 1944 (het begin van de operatie Market Garden). Beschietingen op 18 September en de dagen erna richtten veel schade aan in en aan het huis. In de daarop volgende periode (9 maanden, waarin de Arnhemse bevolking was geëvacueerd) lag het huis in de frontlijn tussen de Duitse en geallieerde troepen. De gehele noordoever van de Rijn van Arnhem tot Wageningen zat stikvol met machinegeweerposten, die door loopgraven verbonden waren. Het benodigde hout werd door de Duitsers uit nabij gelegen huizen gesloopt. Na de bevrijding, in juni 1945, werd het Oolgaardthuis aangetroffen zonder vloeren op zolder, de eerste verdieping en op de parterre. De muren binnen en buiten waren doorzeefd met kogels; de inventaris was verdwenen op enkele roestige ledikanten na.

Opnieuw beginnen

In het najaar van 1945 kwam het bestuur van de Stichting bijeen om restauratieplannen te gaan maken. In September 1947 kon architect Feenstra aan het werk gaan. De voornaamste veranderingen waren: aanleg van een trap van het bordes naar de tuin aan de achterkant, verbouwingen van eetkamers, de bibliotheek en de inrichting van een aantal slaapkamers op de verdiepingen. De restauratiekosten bedroegen / 200.000,—.

Op 11 december 1950 werd een nieuwe directeur, dr. H.J. Mispelblom Meijer benoemd. In die jaren vijftig werden vele nieuwe cursussen ontworpen met het oog op de veranderende maatschappij, waarin mechanisatie, vrijetijdsbesteding, nieuwe onderwijsvormen en persoonlijke vorming sterk in de belangstelling kwamen.

In 1951 werd een dependance - dat de naam van het slaaphuisje kreeg - in de tuin gebouwd voor de vaste bemanning van het huis. In 1956 en 1958 waren er opnieuw verbouwingen. Het liep niet altijd op rolletjes. Al in 1955 dreigden gedurende werk- en vakantieweken, middelbare schoolklassen het huis te slopen. Door 'een strakke leiding', zo meldt een kwartaalverslag, kon dat nog net worden voorkomen. Het waren de voorboden van de roerige jaren zestig! In 1957 maakte 'het nationaal jeugdorkest' er een regelrechte puinhoop van.

Het vormingswerk op moderne grondslag begon in 1963 te draaien. Vormingswerk, waarvoor ooit de kreet werd bedacht van 'het opheffen van vanzelfsprekendheden'. Een periode van twintig jaar van cursussen in maatschappelijk werk, educatie en sociaal-cultureel werk volgde. Een verschuiving trad op in de laatste periode van het vormingswerk van maatschappelijk werk naar opleidingen en onderwijs.

In 1983 viel na een bezuinigingsronde van het toenmalige Ministerie van CRM het doek voor Oolgaardt. De subsidiekraan ging dicht. Het Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze vestigde - ondanks protesten van omwonenden en een rechtszaak in februari 1985 - in Oolgaardt een ontwenningkliniek (voor verslaafden aan drugs en/of alcohol). Drie groepen van 8 verslaafden proberen aan de boorden van de Rijn in twee afdelingen af te kicken. De doelstelling van mejuffrouw Oolgaardt: "het opvoeden en steunen van jongeren in moeilijke situaties" wordt weer waargemaakt.


Bron: Rondom Den Brink, door Hans Kooger. Een uitgave van N.V. KEMA, Arnhem