Vogelhuisje met merel en koolmees

  • Voer vogels het hele jaar door; extra bijvoeren is gewenst bij langdurige vorst en/of sneeuw. Klop uw tafellaken uit.
  • Voer niet teveel tegelijk en liefst 's ochtends (na een lange, koude nacht hebben ze behoefte aan een stevig ontbijt) en tegen het einde van de middag (zo kunnen ze de nacht doorkomen).
  • Overdadig voeren kan muizen en ratten aantrekken.
  • Geef geen voedsel waarin zout is verwerkt. In de kaas en het brood dat u voert zit al meer dan genoeg zout.
  • Voer geen margarine; die werkt als laxeermiddel.
  • Voedsel dat makkelijk bevriest, zoals appels, niet in kleine stukjes voeren, maar als geheel.
  • Voer geen brood met boter of ander voer met olie aan eenden in een wak, dat geeft 'olieslachtoffers'. De olie tast de waterdichtheid van het verenpak aan. De vogels worden dan ziek en gaan dood.
  • Maak een sneeuwvrije plek op de grond. Veel vogelsoorten zoeken namelijk hun voedsel van nature op de grond. Liefst wel in de buurt van struiken of een haag, zodat ze bij gevaar snel een veilige plek kunnen vinden.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te bezoeken gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring