egelEgels komen in heel Nederland voor, van woonwijken tot platteland. Hun aanwezigheid brengt een stukje ‘wilde natuur' in onze geciviliseerde achtertuinen. Een onverwachte ontmoeting met een egel geeft de aanschouwer een vreemdsoortig geluksgevoel; 'Kijk eens wat voor een grappig, uniek en volkomen wild dier er uit vrije wil voor gekozen heeft om door mijn tuin te scharrelen!' Hoewel de egel een taaie overlever is, heeft de stekelige rakker het best moeilijk om stand te houden in de mensenwereld. Met kleine aanpassingen van onze kant, wordt het leven voor een egel al een stuk aangenamer.

Kleine aanpassingen, groot plezier
In onze nette achtertuintjes lopen de egels vaak tegen onneembare hindernissen aan. Iedere tuin is in principe een geschikt habitat voor egels, mits zij erin en eruit kunnen lopen. Zelfs als de tuin is omheind met een schutting, indien er zogenaamde egelpoortjes zijn gemaakt onderin het houtwerk.
Vuistgrote openingen, van ongeveer 15 bij 15 centimeter voldoen goed, want egels kunnen zich door kleine openingen wurmen. Deze neiging om zichzelf door kleine openingen te wringen is tevens de reden dat egels nogal eens vast komen te zitten in zwerfafval (blikjes of flessen waar misschien nog wat eetbaars in zat) of verstrikt raken in netten. Vijvers en zwembaden vormen een potentieel gevaar. Net als wildroosters en putten. Een klein trapje aanleggen in een hoek van deze ‘doodsvallen’, voorkomt een nare verdrinking of hongerdood.

Naast het wegnemen van gevaarlijke situaties voor egels in onze woonomgeving, is er ook iets wat we zouden moeten laten; die tuinen van ons, die zouden we niet zo strak moeten aanharken! Het perfecte excuus voor iedereen die wat minder tijd kwijt wil zijn aan tuinonderhoud; egels houden van wilde tuinen met ondergroei, bladerhopen en takkenbossen. Daarin vinden ze hun voedsel en beschutting. Egels zijn carnivoren en komen vooral aan hun eiwitten door het eten van rupsen, wormen, larven, pissebedden, oorwurmen, mieren, slakken en spinnen. Maar soms ook door het verschalken van een dode muis of muizenjongen, een kikker of pad. Kortom, egels zijn de ideale schoonmakers, die je graag in je tuin wilt hebben. Zij zorgen voor een natuurlijk evenwicht. Het is dan ook zeer af te raden om ‘schadelijke’ insecten in de tuin te bestrijden met gif.

egelhuis maken‘Egels zijn ideale schoonmakers voor de tuin’
Zelfs het gebruik van zogenaamde ecokorrels tegen slakken wordt afgeraden, want kleine hoeveelheden van dit gif kunnen op den duur te veel worden voor de egel die dergelijke beestjes iedere nacht eet. Waar een egel ook erg mee geholpen wordt, is de aanwezigheid van een egelhok in de tuin. Dit onderkomen biedt een tochtvrij en droog onderkomen voor overdag en wanneer de egel de gekozen standplaats prettig vindt, zal hij/zij daar ook de winterslaap in doorbrengen. En misschien zelfs de jongen in grootbrengen. Informatie over de bouw en de plaatsing van dergelijlce egelhuizen kan je hier vinden.

Beetje meer hulp
Soms is er meer aan de hand, en redt de egel het niet alleen met bovengenoemde aanpassingen van de leefomgeving. Zieke en gewonde of verzwakte exemplaren hebben daadwerkelijke noodhulp nodig. Hun verzorging is behoorlijk complex. Echt werk voor specialisten dus. Wanneer je een egel overdag ziet lopen, zeker in de koude maanden van het jaar, dan egel aerssen1kan je ervan uitgaan dat de egel hulp nodig heeft. De winterslaap duurt van -beetje afhankelijk van het weer- eind november tot ongeveer eind april. In deze periode verbrandt de egel ongeveer 25% van zijn vetreserve. Als deze reserves niet toereikend zijn, ziet het dier zich genoodzaakt om voedsel te gaan zoeken, terwijl dat in de winter niet te vinden is. Verhongering ligt dan op de loer.
Ook egels die gewond zijn, onder de teken of maden zitten, hoesten, in rondjes lopen of wiebelig lopen, zich niet oprollen als je hen op de zij draait, of de stekels plat laten liggen bij aanraking, hebben hulp nodig. Ook wanneer je baby egels (die hebben nog witte, zachte stekels en dichte oogjes ) buiten het nest vindt, moet je contact opnemen met de hulpdiensten voor wilde dieren. Dat kan via de dierenambulance, of rechtstreeks met de gespecialiseerde centra bij jou in de buurt, (zie adreslijst op egelbescherming.nl)