KoolmeesU bent blij met de bewoners van uw nestkast en als een goede gastvrouw/-heer geeft u ze graag een schoon onderkomen. Maar let op: vogels gebruiken een nestkast soms meerdere keren per seizoen voor een tweede legsel of zelfs derde legsel. Het is zaak ze daarbij niet te storen.

Soms blijft er een dood jong achter in het nest. Dit gaat uiteraard stinken en vormt een bron van infectie. Als u binnen één week na het uitvliegen de nestkast checkt, kunt u daar wat aan doen. U verstoort dan niet de ouders. Het dode jong haalt u uit het nest met zo’n latex handschoentje aan, de rest laat u gewoon zitten; de ouders beginnen hun tweede leg in het oude nest.

Ongedierte
Het is goed om – ná het broedseizoen – nestkasten ook helemaal schoon te maken. Vaak zit er namelijk ongedierte in het nest. Met deze grote schoonmaak kunt u het beste wachten tot het najaar, zo rond september/oktober is een goede tijd. Alle jongen zijn dan zeker uitgevlogen, ook jongen van een tweede of derde legsel.

In de winter gebruiken vogels nestkasten om te rusten. U biedt ze een schoon onderdak als u in het najaar de kast heeft gekuist.

Heet water
U hoeft geen schoonmaakmiddelen te gebruiken en zeker geen bleekwater. In nestholten in de natuur wordt ook nooit met groene zeep geboend. Heet water is voldoende. Met een harde borstel en heet water even uitboenen en schoon is mijn nestkast. Hij kan weer een heel nieuw broedseizoen mee!

Wanneer vogels voeren?
Pimpelmees op vetbolVogels gebruiken het hele jaar veel energie. In de winter om zich op temperatuur te houden, in het voorjaar om te nestelen en om eieren te leggen, daarna om hun territorium te verdedigen en hun jongen groot te brengen. In het najaar moeten ze weer reserves opbouwen voor de winter.

U kunt ze dus het hele jaar bijvoeren. Ze zullen zich niet volproppen als hun honger gestild is. Ook zullen ze niet verleren zelf voedsel te vinden.

Lees meer op de website van Vogels, ook over:

Vogelhuisje met merel en koolmees

  • Voer vogels het hele jaar door; extra bijvoeren is gewenst bij langdurige vorst en/of sneeuw. Klop uw tafellaken uit.
  • Voer niet teveel tegelijk en liefst 's ochtends (na een lange, koude nacht hebben ze behoefte aan een stevig ontbijt) en tegen het einde van de middag (zo kunnen ze de nacht doorkomen).
  • Overdadig voeren kan muizen en ratten aantrekken.
  • Geef geen voedsel waarin zout is verwerkt. In de kaas en het brood dat u voert zit al meer dan genoeg zout.
  • Voer geen margarine; die werkt als laxeermiddel.
  • Voedsel dat makkelijk bevriest, zoals appels, niet in kleine stukjes voeren, maar als geheel.
  • Voer geen brood met boter of ander voer met olie aan eenden in een wak, dat geeft 'olieslachtoffers'. De olie tast de waterdichtheid van het verenpak aan. De vogels worden dan ziek en gaan dood.
  • Maak een sneeuwvrije plek op de grond. Veel vogelsoorten zoeken namelijk hun voedsel van nature op de grond. Liefst wel in de buurt van struiken of een haag, zodat ze bij gevaar snel een veilige plek kunnen vinden.

Het kattenkwaad in de natuur wordt enorm onderschat. Ruim drie miljoen katten in ons land doden meer vogels en kleine zoogdieren dan alle vossen, eksters en uilen samen. Dat heeft met natuur niets te maken: katten horen huisdier te zijn.

Bron: Gerrit Jansen voor De Gelderlander.

Lees meer ►

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te bezoeken gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring