Wanneer vogels voeren?
Pimpelmees op vetbolVogels gebruiken het hele jaar veel energie. In de winter om zich op temperatuur te houden, in het voorjaar om te nestelen en om eieren te leggen, daarna om hun territorium te verdedigen en hun jongen groot te brengen. In het najaar moeten ze weer reserves opbouwen voor de winter.

U kunt ze dus het hele jaar bijvoeren. Ze zullen zich niet volproppen als hun honger gestild is. Ook zullen ze niet verleren zelf voedsel te vinden.

Lees meer op de website van Vogels, ook over:

Vogelhuisje met merel en koolmees

  • Voer vogels het hele jaar door; extra bijvoeren is gewenst bij langdurige vorst en/of sneeuw. Klop uw tafellaken uit.
  • Voer niet teveel tegelijk en liefst 's ochtends (na een lange, koude nacht hebben ze behoefte aan een stevig ontbijt) en tegen het einde van de middag (zo kunnen ze de nacht doorkomen).
  • Overdadig voeren kan muizen en ratten aantrekken.
  • Geef geen voedsel waarin zout is verwerkt. In de kaas en het brood dat u voert zit al meer dan genoeg zout.
  • Voer geen margarine; die werkt als laxeermiddel.
  • Voedsel dat makkelijk bevriest, zoals appels, niet in kleine stukjes voeren, maar als geheel.
  • Voer geen brood met boter of ander voer met olie aan eenden in een wak, dat geeft 'olieslachtoffers'. De olie tast de waterdichtheid van het verenpak aan. De vogels worden dan ziek en gaan dood.
  • Maak een sneeuwvrije plek op de grond. Veel vogelsoorten zoeken namelijk hun voedsel van nature op de grond. Liefst wel in de buurt van struiken of een haag, zodat ze bij gevaar snel een veilige plek kunnen vinden.

Het kattenkwaad in de natuur wordt enorm onderschat. Ruim drie miljoen katten in ons land doden meer vogels en kleine zoogdieren dan alle vossen, eksters en uilen samen. Dat heeft met natuur niets te maken: katten horen huisdier te zijn.

Bron: Gerrit Jansen voor De Gelderlander.

Lees meer ►

KruisspinWantsenNaaktslakGroene kikkerBosmuisEgel

Insekten en andere kleinere dieren zijn belangrijk.
Ze dienen bijvoorbeeld als voedsel voor vogels en kleine zoogdieren en zorgen voor bestuiving van bloemen.
We kunnen ze niet missen en toch maken we het ze vaak zo moeilijk om te (over)leven. Veel soorten zijn door onze manier
van omgaan met de aarde uitgestorven.
Laten we nu eens proberen ze een handje te helpen.

* Haal natuurlijke schuil- en nestgelegenheden niet weg, en varieer in je plantenassortiment

  • Ruim uitgebloeide bloemstengels niet op maar laat ze tot het voorjaar zitten.
  • Laat afgevallen blad en fijn snoeisel liggen. Planten halen er voedsel uit en kleine dieren maken er op vele manieren gebruik van.
  • Gebruik verschillende soorten planten met een andere bloeitijd. Probeer gedurende een zo lang mogelijk seizoen bloeiende planten "aan te bieden".

*  Leg bewust wat spullen neer. Denk daarbij aan de volgende materialen:

  • Een boomstam, stapeltje stammen, of wat takken bij elkaar
  • Een stapel stenen, tegels of ander puin. Kortom maak er een klein puinhoop je van.
  • Omgekeerde bloempotten zijn geliefde schuilplaatsen.
  • Leg een buis van aardewerk of plastic neer.
  • Zorg voor wat los geel zand. Hetzij tussen de stenen of het hout hetzij een hoopje tussen de planten.
  • Maak een natte plek door bijvoorbeeld een stuk landbouw­plastic in te graven.

kleine_dieren_image01

HOE LOK JE BEPAALDE HOMMELSOORTEN AARDHOMMELS

kleine_dieren_image03Nestkastje 1
Mkleine_dieren_image02ateriaal: stenen bloempot (minimaal 15 cm doorsnee) met een gaatje van minstens 15 mm. en twee losse stenen.
Graaf een gat in de grond waar de bloempot ,omgekeerd, in past.
Vul de pot voor de helft met mos,  hooi of gedroogde bloemstengels.
De plek moet zonnig zijn maar niet in de volle zon.
Zorg ervoor dat er geen water in de pot kan lopen.

  kleine_dieren_image04
Nestkastje 2
Maak een houten kastje van ongeveer 10 bij 10 cm. met een bodem en een losse deksel.
Boor in het deksel een vlieggat van 15 mm. Zet het dekselmet een spijkertje vast zodanig dat je het deksel weg kunt draaien.
Graaf het kastje op een vrij zonnige, enigszins beschutte plek in de grond.


De derde mogelijkheid is om een kant en klare nestkast te kopen van hout-beton.
Er is een model om in te graven en een om op te hangen.
Informatie: Bezoekerscentrum Corversbos  in Hilversum en BBZ in Groningen tel.050-14502

METSELBIJEN EN KLOKJESBIJEN

Deze solitaire bijesoorten zitten graag in hout. Je kunt in blokken hout gangen boren van 2 tot 12 mm.
Gebruik vooral een boor met een diameter van 8mm.
De lengte van de gangen kan variëren van wel 5 tot 20 cm. Boor ze echter niet door en door. Je kunt zowel horizontaal als verticaal boren.
Hang deze blokken, niet in de volle zon, zo'n 1 tot 5 meter hoog. Haal ze gedurende de winter niet weg maar laat ze echt het hele jaar door hangen.

kleine_dieren_image05
VERSCHILLENDE SOLITAIRE BIJEN- EN WESPENSOORTEN EN ANDERE INSEKTEN lok je door bosjes met holle takjes of stengels op te hangen.
Maak een bundeltje van zo'n 20 tot 50 cm lang. Gebruik bijvoorbeeld takken van vlier of framboos of stengels van riet, bamboe of mais.
Schuif het bosje in een leeg blikje, een koker of een pot of maak er een afdakje boven.
Je kunt ook een strook golfkarton niet al te strak oprollen en in een blikje of iets dergelijks schuiven. Hang het bundeltje of bosje op.
Niet in de volle zon.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te bezoeken gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Privacyverklaring